coach_laatste_wedstrijdMaikel Brekelmans  

Ex-international
Voormalig speler Oranje-Zwart H1 (4 jaar)
Tweemalig landskampioen zaalhockey

Heden:
Speler Were Di Tilburg H1 
Verantwoordelijk voor de opleiding van Trainers/coaches en de jeugdopleiding
Nu voor het 7e jaar spelend in de hoofdklasse zaalhockey

Na jarenlang meiden op topklasse niveau zaalhockey getraind en gecoacht te hebben zou ik graag iets willen vertellen over mijn ervaringen met zaalhockey bij de jeugd. Voor veel coaches is het zaalhockey een lastig te begrijpen vorm van hockey. Eindelijk is er een goed gevoel na een aantal maanden veldhockey en de feeling met de hockeysport wordt steeds groter. Tot het moment dat je gevraagd wordt om ook je jeugdteam te begeleiden in verschillende sporthallen en zaaltjes in de regio. Zaalhockey wat is dat dan precies? Hieronder volgt een advies om het zaalhockey sneller onder de knie te krijgen en om de beginselen van het spel aan de jeugd aan te leren.

Allereerst is het een goede start voor u als coach om de zaalspelregels te leren en te weten wat er wel/niet mag en welke nieuwe regels er zijn. Dit maakt het makkelijker te begrijpen en u komt niet voor verrassingen te staan. Ook is er in veel gevallen een zaalinformatieavond op uw club die u absoluut moet bezoeken om meer te leren over het spelletje.

Bij veel verenigingen is het enorm moeilijk om voor de jeugdteams trainingsuren te vinden in de toch al overvolle agenda’s van sporthallen. Hierdoor komt zaalhockey aan op leren door wedstrijden te spelen en een enkele keer te trainen. Dit kan in gymzaaltjes zonder balken en doelen of door zelf op zoek te gaan naar vrijstaande uren in sporthallen in omliggende dorpen. Deze zijn veelal minder bezet en bieden u daardoor vaak wekelijks de kans om een uurtje te trainen op officieel veld met idem doelen.

Stelt u zich deze vragen voordat u gaat beginnen: Wat is het niveau van uw groep? Hebben ze al ervaring met zaalhockey en wat weten ze nog van andere jaren? Is de groep fanatiek genoeg om meer over zaalhockey te leren of willen ze lekker hockeyen met weinig tactiek? Hebben ze allemaal een zaalstick en een zaalhandschoen? Heeft u de beschikking over speciale ‘gele’ of ‘oranje’ zaalhockeyballen? Kan ik trainen? Hoeveel spelers willen er meedoen? Wie kan ik betrekken als extra coach/trainer/manager etc.?

Door antwoord te krijgen op deze vragen heeft u een goed beeld van wat u wil gaan doen en wat reëel is.

Daarna is het goed om in de eventuele training(en) het verschil tussen veld- en zaalhockey duidelijk te maken en ze daardoor al een sterke voorsprong te geven op teams die dit niet weten. Hierbij moet u letten op:

Passing: De zaalregels maken het noodzakelijk dat uw team het pushen en passen uit de loop, door middel van gebruik van push of schuifslag, oefent. In iedere situatie zal een krachtige push door de bal aan de krul te houden en de bal ‘weg te duwen’ nodig zijn. Hierbij maken stick en bal lang contact.

Ook is het goed om te oefenen op het pushen met het stuk van de stick net voor de krul, waarbij de stick zo’n 20cm van achter de bal komt en met een korte polsactie de bal wordt weggepusht. Stick en bal maken hierbij maar kort contact en is meer een schuifslag. Dit kan zowel in stilstand als in beweging gebruikt worden.

Daarnaast wordt bij zaalhockey veelvuldig het passen met de hoge backhand (stick rechtop) gebruikt om in verschillende moeilijke situaties de bal toch te kunnen passen. Dit is echter pas van belang als de push en schuifslag goed geoefend zijn.

Aannames: Het aannemen van de bal gebeurt bij zaalhockey vanuit een lichaamspositie met de knieën gebogen en de stick horizontaal op het veld. Hierbij hangt de speler dus ook met zijn hoofd naar voren en is de onderrug gebogen. Op de forehand worden de ballen rechts van de speler gestopt met het gedeelte net voor de krul. De ballen die richting de voeten gaan worden met de grip van de stick gestopt waarbij de handschoen (die aan de linkerhand zit) helemaal op de grond ligt.

Bij een bal op de backhand wordt de stick een halve slag omgeslagen en ligt hij met de krul op de grond (met platte kant naar positie waar de bal vandaan komt), evenals de handschoen. Ook hierbij is het wenselijk om de bal met de grip te stoppen, zodat hij niet onder het gedeelte dicht bij de krul doorschiet.

Verdediging: Doordat de bal in de zaal niet omhoog mag heeft een verdediger een groot voordeel ten opzichte van de aanvaller. In tegenstelling tot het veldhockey is het bij zaalhockey slim om zo dicht mogelijk bij de aanvaller te komen met de stick voor de voeten en de handschoen op de grond. Hierdoor wordt de aanvaller beperkt in zijn passmogelijkheden en moet hij om de verdediger spelen wil hij er voorbij kunnen. Goed dus om je spelers duidelijk te maken dat doorstappen of instappen niet slecht is bij zaalhockey. Ook als een bal tussen twee speler in ligt is het goed om laag te blijven. 

Een ander groot verschil is dat bij zaalhockey vaker ‘de handschoen’ naar voren wordt gedrukt ipv de stick. Hierdoor vergroot je de kans om de bal te blokken en af te pakken en verklein je de kans op ‘stick hakken’. Niet zwaaien dus met de stick, maar de handschoen naar voren duwen.

Gebruik van de balken: Voor veel spelers/speelsters is het hockeyen met balken erg leuk en geeft het een nieuwe dimensie aan het spel. Echter zorgt dit ervoor dat velen van hen denken daardoor iedere keer en altijd maar de balk te moeten gebruiken. Zonder te kijken wordt de bal er tegenaan gespeeld en wordt gehoopt op een goede afloop. Het is een goed middel om elkaar te bereiken, maar het is me opgevallen dat veel kinderen zich geen raad weten met het gebruik van de balk. De ‘hoek van inval = hoek van uitval’ kennen ze nog niet of ze zien niet hoe dit in hun voordeel kan werken. Goed om hier zelf eens mee te experimenteren en kinderen aandacht te laten besteden aan dit handige hulpstuk. Dit kan door bijvoorbeeld met inspelen ze via de balk naar elkaar te laten passen in koppels. Hierdoor komt meteen ook het passen en aannemen aan bod.

Links = moeilijke kant: Op het veld is het deels zo, maar bij zaalhockey geldt het zeker; de linkerkant is je moeilijke kant om aan te vallen. Probeer aandacht te besteden aan het uitdraaien op links en verleggen naar rechts. Vele acties vanaf links zijn goed wanneer ze niet naar voren gaan langs de balk (over de forehand van de verdedigers), maar terugdraaien en de actie door te zetten naar de as van het veld of weer terug te passen. Dit voorkomt veel balverlies.

Kijkt u ook eens op tcjeugdwd.blogspot.com voor een aantal goede zaalhockeyfilmpjes.


Met deze basis heeft u genoeg stof om uw team het spelen van “zaalhockey” te leren en aandacht te besteden aan de verschillende technieken die hierbij gebruikt worden. In een volgend deel volgt meer informatie voor coaches met iets meer ervaring. Voor meer informatie over o.a. het tactische spel kun je via deze website het zaalhockey e-book bestellen. 

Veel zaalhockeyplezier !!

© 2010 - 2011

IMG_0088
IMG_0089
IMG_0090 IMG_0091
IMG_0092 IMG_0093
IMG_0094 IMG_0095
IMG_0096